Als een stervende ziel nam ik afstand van mijn lichaam en zag ik mezelf staan in het midden van de kamer. Voor me lag de zwarte ball gag, maar anders dan voorheen was ik me nu bewust van alle details. Ik zag de lasnaad in de bal en voor het eerst viel me op dat er piepkleine gaatjes in de bal zaten. Uit de gaatjes staken dunne pootjes, als van ondefinieerbare insecten die levendig een weg naar buiten probeerden te zoeken. De leren riemen om de bal heen waren oud: de verf had op sommige stukken losgelaten en liet de originele kleur zien. De donkerbruine spikkels leken op uitwerpselen die de insecten hadden achtergelaten en waren uitgesmeerd. Ik walgde ervan.

De seksualiteit van het object was spontaan verdwenen en toen ik even mijn ogen dichtkneep, kroop er een duizendpoot uit de bal. Ik werd misselijk en kon het idee dat het beest in mijn mond zou kruipen niet onderdrukken. In mijn gedachten kauwde ik op het knisperende lijf van het insect, dat mijn wangen vulde met een bittere, vochtige substantie. De harige poten staken als kleine naalden in mijn gehemelte, waar ze gaten achterlieten.

Angstig voor wat ik tussen mijn vingers aan zou treffen sloot ik mijn ogen.

Ik zag de bal heen en weer schommelen en plotseling kropen er tientallen duizendpoten uit, die als een zwarte vlek over de vloer krioelden. Langzaam verplaatsten de insecten zich naar de knieën van Liv, die het op een schreeuwen zette. Met haar mond wijd open breidde de vlek zich uit over haar hele lichaam, als de schaduw van een zon die onderging achter koude, besneeuwde bergen. Toen de eerste duizendpoot haar lippen raakte, voelde ik dat de binnenkant van mijn mond begon te jeuken. Er liep iets over mijn kaken. In een reflex stak ik mijn wijsvinger en duim in mijn mond en probeerde ik het ding uit mijn gehemelte te plukken. Het had dezelfde taaie structuur als de duizendpoot, maar ik merkte op dat de vorm anders dan langwerpig was, ovaal eerder. Angstig voor wat ik tussen mijn vingers aan zou treffen sloot ik mijn ogen.

Traag trok ik mijn hand terug uit mijn mond en slaakte ik een diepe zucht. Toen ik mijn ogen weer opende, zag ik dat ik een uit de kluiten gewassen kever vast had en zodra het gedierte merkte dat het niet meer in mijn mond zat, hoorde ik het sissen. Tegelijkertijd voelde ik mijn mond vollopen en zonder dat ik echt wist wat er gebeurde, probeerde ik te schreeuwen. Het had geen zin, want mijn keel werd gevuld door de honderden kevers die niet sterk genoeg waren om uit mijn mond te kruipen. Uit automatisme slikte ik en voelde ik de vieze insecten door mijn slokdarm glijden. Ze leken rechtstreeks in mijn maag terecht te komen. Het knerpende geluid dat ze maakten leek door al mijn lichaamsholtes weer naar buiten te komen en ik hoorde de dekschilden tegen de maagwand klapperen. De grote meester werd verorberd.


Bovenstaande is een passage uit mijn volgende boek ‘Ilya’.