AJ Buitendijk is model, dj en slijt ook nog eens wat uurtjes in de horeca en een boksschool: een druk bestaan dat een hoop emotionele flexibiliteit vereist. Tussen de kruizen in ‘t Elfde Gebod in Tilburg had ik met hem een open gesprek over stempels, kwetsbaarheid en empathie. “Iedereen heeft zijn eigen realiteit.”

AJ Buitendijk

Terwijl we plaatsnemen aan een klein houten tafeltje vertelt AJ over de reis naar China die hij eind januari heeft gemaakt voor modellenwerk: “Ik ben een van de gezichten van een grote Chinese klant. Dit is denk ik de zesde keer in veertien maanden, en ze mailen nu alweer wanneer ik weer kan. China is supernice, een ontzettend wijds land. Dat zijn de mooie dingen van het modellenwerk, dat ik überhaupt in die landen kom. En met mijn postuur van twee bij twee ben ik meestal een bezienswaardigheid.”

“Ieder huisje heeft zijn kruisje”

Toch is er ook een keerzijde aan het glamoureuze leven als model. Door de vele vliegreizen, jetlags en wisselende contacten met opdrachtgevers die geen Engels spreken ligt eenzaamheid op de loer. “Ik voel me soms best geïsoleerd”, vertelt AJ. “Je bent echt in je eentje. Dat kan soms wel fijn zijn, maar ik vind het vaak een vervelend gevoel. Ik kan heel slecht alleen zijn. Negen van de tien keer kan ik er gelukkig mee omgaan, maar soms ook niet.” Een uitspraak die later in het gesprek meer gewicht krijgt, want aan het eind laat AJ in alle eerlijkheid weten dat hij als tienjarig jongetje zijn vader dood in zijn bed vond. Een herinnering die hij niet vaak deelt, omdat hij te vaak erachter kwam dat zijn gesprekspartners het moeilijk vonden om daarmee om te gaan. “Ik kan het daar met bijna niemand over hebben. Ik wens het eigenlijk ook niemand toe om het erover te hebben, want het is fucking heftig. Als ik het vertel aan mensen reageren ze meestal met: “Oh, wat zielig”. Dat is ook normaal, maar ik heb het liever niet. Ik wil als normaal mens bestempeld worden en niet zo zwaarmoedig zijn. Daarom vertel ik soms dingen niet, ieder huisje heeft zijn kruisje. En het is aan mij om te laten zien hoeveel ik van mijn kruisje laat zien.”

Muziek

In muziek vindt AJ een grote troost. Zichtbaar geëmotioneerd vertelt hij: “Sommige nummers kunnen zo’n emotie opwekken, omdat ze symbool staan voor bepaalde fases in mijn leven. ‘What a wonderful world’ van Louis Armstrong is zo’n nummer. Vroeger vertelde mijn vader verhalen over ‘de grote boom’. Hij vertelde dat zijn stem dat liedje zong. Het is een heel mooi liedje, maar als ik het hoor heb ik daar soms helemaal geen zin in. Het haalt me helemaal terug naar hoe het ooit was en dat trek ik soms gewoon niet. Nu ik erover praat, raakt me dat ook. Ik heb gewoon fucking veel meegemaakt en daar krijg je soms littekens door. Ik durf gerust toe te geven dat ik ook dikker ben geweest door troost-eten.”

Maar de manier waarop de Bosschenaar zijn ervaringen inzet, is bewonderenswaardig. Inlevingsvermogen is hem niet vreemd en als we het over zijn studies hebben, laat hij weten dat hij misschien wel Pedagogiek had willen studeren. Glunderend begint hij over de bokslessen die hij aan kinderen geeft en hoe ze opleven als ze weten dat hij er weer is. “Helaas kan ik dat niet meer zo vaak doen als ik zou willen, omdat ik door mijn onregelmatige schema vaak moet reizen. Maar ik vind het prachtig om te zien hoe ik die kinderen echt iets bij kan brengen. Net als voor mij is het meer dan een boksles: ze geven zich helemaal en worden daardoor bijvoorbeeld zelfverzekerder. Dat is voor mij de kroon op mijn werk.”

Zelfreflectie

Voordat we afsluiten en AJ naar de barbier vertrekt, stel ik hem de vraag hoe hij zichzelf nu ziet ten opzichte van een aantal jaar geleden. “Ik ben wat gereserveerder en rustiger geworden. Ik weet dat sterrenbeelden worden geschreven zodat je jezelf erin herkent, maar ik ben wel een echte Leeuw. Als ik ergens geen zin in heb, dan merk je dat echt meteen. Ik weet dat ik heel neerbuigend of arrogant over kan komen. Het is voor mij óf alles, óf niks: mijn ambitie schrikt mensen soms af. Maar zo heeft iedereen zijn dingen, toch?”